Translate

zondag 9 februari 2014

Leesverslag 'Kees de jongen' door Kjell-Erik Prins

Algemene informatie:

Titel: Kees de jongen
Auteur: Theo Thijssen
Uitgave: Agathon, Houten, 1989
Eerste druk: 1923
Pagina’s: 338

b) Genre: ontwikkelingsroman
Kees Bakels woont samen met zijn ouders, zijn jongere zusje Truus en zijn jongere broertje Tom in Amsterdam. Zijn ouders hebben een schoenenwinkel. Kees zit in de zesde en laatste klas van de lagere school. Het gaat goed op school. Kees wordt benoemd tot 'jongen-van-de-bel', hij moet de deur openen voor laatkomers en ouders. Kees wil anders zijn dan de anderen. Als de kinderen op school prijzen mogen kiezen, kiezen de meisjes voor een naaidoos en de jongens voor een figuurzaag, atlas of een postzegelalbum. Kees niet. Kees kiest een schaakspel. Een prijs die nog nooit iemand heeft gekozen. In de loop van het verhaal komt Rosa Overbeek bij Kees in de klas. Ze komt van een rijk instituut en Kees vindt haar al vanaf het eerste moment bijzonder. Hij vindt dat ze samen boven de medeleerlingen uitsteken en fantaseert regelmatig over haar.

Thuis gaat het minder goed. Zijn vader is ernstig ziek en de armoede staat voor de deur. Net als zijn vader weigert Kees de armoede en de ziekte van zijn vader te accepteren. Ondanks de armoede geeft zijn vader Kees een nieuwe atlas en een mooi pak in plaats van een vermaakte oude mantel. De cadeaus zijn een aderlating voor het gezin, maar leven voort als hoogtepunten in de herinnering van Kees. Zijn vader sterft als Kees met zijn broertje en zusje bij een oom en tante is. Op school ontfermt Rosa zich over hem. Ze schudt haar hoofd als de leraar voorstelt om te gaan zingen. Zingen in een klas waarin een jongen zit die net zijn vader heeft begraven, dat gaat toch niet? Kort daarna geeft ze Kees een pen. Kees vlucht ermee zijn fantasie in.

Thuis gaat het na de dood van zijn vader steeds slechter. Ze verhuizen en krijgen een nieuwe kamergenote: juffrouw Dubois. De moeder van Kees begint samen met haar een koffie- en theehandeltje om aan geld te komen. Kees helpt hen door de nieuwe voorraden op te halen. Als de koude winter en hoge stookkosten het gezin verder de armoede in drijven, accepteert Kees de neergaande lijn. Hij besluit een baas te gaan zoeken en de school te verlaten. Zijn moeder gelooft hem eerst niet, maar is hem later vooral dankbaar.

In de slotscène van het boek ontmoeten Kees en Rosa elkaar. Op aandringen van Rosa, die merkt dat hij ergens mee zit, vertelt Kees dat hij gaat werken. Rosa kust hem op zijn wang en vlucht dan weg. Kees voelt zich dan zielsgelukkig.

Specifieke informatie:
a.    Noteer puntsgewijs de kenmerken van je stroming. Wees zo volledig mogelijk; Het boek Kees de jongen behoort tot de stroming van de Neoromantiek. Kenmerken van de Neoromantiek zijn:
§  Schrijvers proberen te vluchten in de fantasie, in het verleden, exotische streken of in het gevoel.
§  Het taalgebruik is post-impressionistisch
§  Het is erg fantasievol, idyllisch en wonderlijk en dus niet rationeel, zakelijk en somber.
§  Er is sprake van een noodlotsgedachte met iets bovennatuurlijks en geheimzinnigs.
§  Eenzaamheid, zwerflust, verzet tegen maatschappij, dood en onvervulde verlangens zijn thema’s die bij deze stroming horen

b.    Licht de kenmerken die je bij a. genoemd hebt toe met voorbeelden uit de tekst, situaties uit de tekst, fragmenten of citaten; Een kenmerk is dat de neoromantiek erg fantasievol is. Kees die fantaseert erg vaak. Op een gegeven moment beeldt die zich in dat hij een edelman is en dat dus iedereen naar hem opkijkt. Rosa gaat al een hele tijd niet meer naar school, maar op een gegeven moment droomt Kees dat hij haar naar pianoles op school brengt en ondertussen gezellig kletsen wat ze ook bijna nooit doen.
Een ander kenmerk van de neoromantiek is een thema als eenzaamheid, onvervulde verlangens, maar ook dood. Dit laatste thema, dood, komt voor in het boek Kees de jongen, want de vader van Kees komt op een gegeven moment te overlijden. Daarnaast voelt Kees zich na het overlijden van zijn vader een beetje eenzaam, dus het thema eenzaamheid komt ook nog een beetje terug.


c.  Leg uit welke mate het door jou gekozen boek een exponent is van de betreffende stroming; Na het boek gelezen te hebben en daarna de kenmerken van de neoromantiek vergeleken te hebben met het boek Kees de jongen ben ik tot de conclusie gekomen dat ik dit boek niet een heel erg representatief boek voor de stroming van de neoromantiek vindt. Er zijn maar een aantal kenmerken van de neoromantiek die terug komen in het boek en dus zijn er naar mijn mening andere boeken die beter representatief zijn voor de desbetreffende stroming.

Leesverslag 'Kaas' door Kjell-Erik Prins

Algemene informatie:
Titel: Kaas
Auteur: Willem Elsschot
Uitgave: Amsterdam, 1997
Eerste uitgave: 1933
Pagina’s: 115

Genre: Novelle

Het boek begint met een inleiding, waarin Elsschot uitvoerig ingaat op de manier waarop een verhaal opgebouwd moet zijn, om spanning te verkrijgen. Hij sluit deze inleiding af met de tekst: 'In de kunst mag niet geprobeerd worden'.

In het eerste hoofdstuk leert de lezer Frans Laarmans kennen. Hij komt dronken thuis en ontvangt het bericht dat zijn moeder overleden is. Op haar begrafenis ontmoet hij een vriend van zijn broer, mijnheer Van Schoonbeke. Deze nodigt hem uit om een kaasimportfirma op te richten, waar hij dan als alleen-vertegenwoordiger kan functioneren. Hij meldt zich voor vier maanden ziek bij zijn kantoor door zijn broer een doktersverklaring te laten maken.

Hij heeft echter veel moeite met de nieuwe kringen waarin hij zich begeeft. Ook heeft hij geen idee wat zakendoen inhoudt. Hij stelt een aantal agenten aan om de verkoop te doen. Tijdens het opstarten van de firma is hij met de meest onbelangrijke dingen bezig, zoals het zoeken naar een bureau en een tweedehands typemachine. Dit terwijl de kaas in grote hoeveelheden aangevoerd wordt. Alles wordt tot in detail verzorgd, maar de bestellingen blijven uit. Wel wordt hij tot vice-voorzitter van de Association Professionelle des Négociants en Fromage benoemd. Hij blijkt zeer succesvol in deze functie, maar wil liever kaas verkopen. Boorman adviseert hem op het gebied van zakendoen. Laarmans schijnt echter iets tegen kaas te hebben, hij zich er niet toe verzetten, een kaaswinkel te betreden. Afgezien van een paar kazen die hij tegen inkoopprijs aan kennissen kwijtraakt, verkoopt hij niets. Zijn zoon Jan is wel in staat een kist met kaas te verkopen. Aan het eind van het verhaal ligt er nog twintigduizend kilo kaas in de opslagruimte en keert hij terug naar zijn kantoorbaan.

Specifieke informatie:
a)    Noteer puntsgewijs de kenmerken van je stroming. Wees zo volledig mogelijk.
Het boek Kaas behoort tot de literaire stroming de nieuwe-zakelijkheid. Hieronder puntsgewijs de punten die tot deze stroming behoren:
-       Er wordt gebruik gemaakt van gewone spreektaal en is sprake van een bepaalde nuchterheid
-       Men schrijft vaak zakelijk en sober zonder onnodige versieringen
-       Het gaat over alledaagse onderwerpen zoals de stad of het zakenleven
-       Het is vaak antiburgerlijk, anti-esthetisch of antireligieus

b)    Licht de kenmerken die je bij a. genoemd hebt toe met voorbeelden uit de tekst, situaties uit de tekst, fragmenten of citaten.
-       Er wordt gebruik gemaakt van gewone spreektaal en er is sprake van een bepaalde nuchterheid; In het volgende fragment is te lezen wat voor een gewone vergelijking Willem Elsschot maakt op pagina 50 van hoofdstuk 8, deze vergelijking zou een gewoon mens ook kunnen maken. Het inrichten van zijn kantoor is voor een man van zaken wat het gereed maken van de luiermand voor een aanstaande moeder is. En een aantal regels verder schrijft Elsschot ook nog het volgende ‘Ik was vroeg op, zó vroeg dat mijn vrouw zei dat ik gek was.’  Uit voorafgaande tekstelementen valt te concluderen dat Elsschot gewone spreektaal gebruikt om te schrijven. Daarnaast blijkt de nuchterheid waarop het boek Kaas is geschreven uit het volgende citaat; Ik moest eerst decideren of ik mijn kantoor thuis zou inrichten of in de stad. Mijn vrouw vindt thuis, omdat het goedkoper is, want dan heb ik geen extra huur te betalen en bovendien heeft mijn gezin ’t gebruik van de telefoon.
-       Men schrijft vaak zakelijk en sober zonder onnodige versieringen;Ik keer morgen terug naar Brussel en zal die heeren zeggen dat mijn gezondheid het niet toelaat. En willen zij niet hooren dan neem ik ontslag als lid en dan kan hun vereeniging stikken. Het spijt mij voor Van Schoonbeke, maar ik kan niet anders.”. In dit citaat is geen enkel bijvoeglijk naamwoord gebruikt, doordat Elsschot dit doet, houdt hij het erg zakelijk en strak.
-       Het gaat over alledaagse onderwerpen zoals de stad of het zakenleven; Het boek Kaas gaat over iemand die het gaat proberen het ver te schoppen in het zakenleven. Hij rolt in het handelen van Kaas doordat zijn vriend Schoonbeke connecties heeft en zo Laarmans aan een baan helpt. In dit verhaal kijken we als het ware mee in het dagelijks leven en dus het veranderen van levensstijl van Laarmans.
-       Het is vaak antiburgerlijk, anti-esthetisch of antireligieus; Laarmans probeert zijn hele leven om te gooien en koopman te worden. Hierdoor stijgt hij in aanzien en is hij dus niet zomaar een burger meer. Daarnaast is Laarmans elke week een middag te vinden tussen de vrienden van Schoonbeke, deze vrienden hebben allen een goede baan en zijn dus ook geen gewone burgers. Dit verhaal is dus antiburgerlijk

c) Leg uit welke mate het door jou gekozen boek een exponent is van de betreffende stroming; Het boek Kaas behoort tot de literaire stroming De nieuwe-zakelijkheid. Naar mijn mening is dit volkomen terecht. In het boek Kaas zijn veel aspecten van de nieuwe-zakelijkheid te herkennen zoals het schrijven over het zakenleven, de sobere, zakelijke zinnen waarin het geschreven is, het antiburgerlijke element wat in het boek te vinden is en natuurlijk niet te vergeten de gewone spreektaal waarin het boek geschreven is met daarbij de nuchterheid die soms ook erg naar voren komt.


donderdag 27 juni 2013

Verwerkingsopdracht(groepsopdracht) grip


Verwerkingsopdracht ‘Leesgroep’
Grip

Verwachtingen: We hadden redelijk hoge verwachtingen van dit boek. Het duurde nogal lang om een boek te kiezen, omdat we het niet met elkaar eens konden worden, maar uiteindelijk hebben we toch redelijk unaniem besloten om dit boek te kiezen. Dat kwam vooral door de mooie voorkant met een prachtig landschap en door de interessante flaptekst.
De verwachtingen zijn aardig uitgekomen. Het boek leest goed door en de landschappen die ons zulke hoge verwachtingen bezorgden werden mooi beschreven. Wel vonden we dat de gedachtes van de personages erg werden uitgesponnen. Het kwam daardoor ietwat gemaakt over. Over het algemeen zijn onze verwachtingen echter uitgekomen.

Titelverklaring: De titel slaat op het feit dat de hoofdpersonen grip proberen te krijgen op hun leven door de belangrijke keuzes die ze maken.

Personages: Er zijn vier personages in het verhaal: Paul, Vincent, Martin en Lotte. We hebben gekeken naar deze personages en hoe ze zijn veranderd in de tijd tussen hun avontuur op de Lofoten en het bezoek van Vincent en Paul aan Lotte en Martin. Uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat de personages zo veel niet veranderd zijn en vooral de manier waarop ze tegen zichzelf aankijken veranderd is. Een voorbeeld hiervan is Vincent; iedereen (behalve Lotte) kijkt tegen Vincent op, omdat hij zo stoer en sportief is, terwijl hij dat van zichzelf allang niet meer vindt. Hij mist de spanning en de sensatie in zijn leven.

Setting, perspectief: Van de twee settings (Lofoten, brussel/Wales) vonden we allemaal de Lofoten het mooist beschreven, de schrijver is er of zelf geweest en beschrijft zijn ervaringen of heeft er goed onderzoek naar gedaan. Iedereen krijgt van de flashbacks naar Noorwegen wel een beetje kriebels om het zelf te zien. Het gevolg hiervan was dat Brussel, de trein en Engeland/Wales een beetje tegenvielen als setting, het was niet dat het niet goed was maar het voelde gewoon minder dan de Lofoten. Wat we een van de sterkste punten van het boek vonden was het perspectief. Na ongeveer 80 pagina’s waren de gebeurtenissen duidelijk, maar in de andere delen krijg je telkens een ander perspectief van een ander personage te zien en de schrijver heeft dit leuk uitgewerkt.

Motieven en Thema’s: Wij hebben twee grote motieven onderscheiden. De eerste hiervan is onsterfelijkheid: de personages lezen dat de mens in de toekomst eeuwig zal leven dit blijft terugkomen in het verhaal samen met de visie van de personages op onsterfelijkheid. Verder was een terugkerende thema Levenskeuzes. Ieder personage heeft namelijk op de Lofoten keuzes gemaakt die nu nog hun leven beïnvloeden en dit soort keuzes komen steeds naar voren in het verhaal.




Oordeel: We vinden dat het verhaal zeer goed is opgebouwd. In de meeste boeken zie je alle gebeurtenissen door de ogen van slechts één persoon. In dit boek gaat het echter om vier vrienden die elkaar na twintig jaar weer zullen ontmoeten. Eerst is Paul de hoofdpersoon. Hij zit minstens 30 pagina´s lang in de trein met zijn oude vriend Vincent. Je ziet Vincent door Pauls ogen en leert hoe hij over Vincent denkt. In een ander deel van het boek zie je hetzelfde moment door de ogen van Vincent en leer je hoe hij denkt over zijn vrienden en de rest van de wereld. Het verschil is vaak enorm. Wij vinden dit een hele goede manier om een boek te schrijven, omdat je zo een gebeurtenis van verschillende kanten ziet. Het is vaak erg moeilijk om je goed in te leven in een ander persoon, maar dit boek helpt daarbij.
Dit boek roept wel een soort triestheid op. Als Paul de hoofdpersoon is, krijg je het idee dat de vier mensen een hechte groep vrienden waren die elkaar na zoveel jaren graag weer willen zien. Naarmate het boek vordert wordt steeds meer duidelijk dat de vier eigenlijk heel verschillende mensen zijn die helemaal niet zoveel gemeen hebben. Sommige van hen willen ook eigenlijk helemaal geen reünie. Dit zorgt voor het beeld dat vriendschap eigenlijk een illusie is en daar wordt je niet vrolijk van. Het feit dat het boek emoties oproept, zegt wel iets over de kwaliteit. Als een boek iets met je doet, is het geen pulp.
Het boek is dus zeker niet tegengevallen, maar het behoort niet tot de boeken die je een heel leven bijblijven.

Persoonlijke conclusie:
In het begin hadden wij met zijn allen moeite om een boek te kiezen, daardoor liep in het begin de samenwerking tussen ons een beetje moeizaam. Na verloop van tijd verliep de samenwerking een stuk beter en dit was dan ook zeer prettig. De opdracht vond ik eigenlijk wel erg veel op de andere boekverslagen lijken die we al gemaakt hadden en daarom heb ik dan ook niet bijster veel van deze opdracht geleerd. Het boek Grip geschreven door Stephan Enter valt in te delen in niveau vier. Dit is natuurlijk niet het aller moeilijkste niveau en het was dan ook zeker niet onprettig om te lezen. Ik weet nog niet of ik de volgende keer een boek uit niveau 4 of 5 neem en welk boek ik dan zal nemen, want bij mij gaat het er vooral om dat het een mooi/leuk boek is en niet of het makkelijk of moeilijk is. 

donderdag 30 mei 2013

Verwerkingsopdracht Romantiek, door Kjell-Erik Prins


Vergelijking Max Havelaar de film en het boek.

Het boek Max Havelaar is uitgegeven in het jaar 1860 en is geschreven door Multatuli oftewel Eduard Douwes Dekker (1820-1887) en is een van Nederlands beste romans, die tevens ook nog na meer dan een eeuw actueel is. Fons Rademakers vond het zo’n mooi boek dat die op het idee kwam om Max Havelaar te verfilmen, dit deed hij dan ook in het jaar 1976.

Omdat er het boek Max Havelaar verfilmd is, komt er natuurlijk altijd als eerste vraag: Is de film een betrouwbare verfilming van het boek? Op deze vraag is mijn antwoord volmondig ja. De problemen van de personages zijn in mijn ogen ongeveer hetzelfde in het boek als in de film. Daarnaast is het verhaal van Saïdjah en Adinda  erg goed verfilmd. Een aantal kleine verschillen zullen er altijd te ontdekken zijn, maar de betrouwbaarheid wordt hier niet door geschaad. Het personage de heer Droogstoppel is bijvoorbeeld in de film veel minder aan het woord dan dat hij in het boek is. 

De tweede vraag was of Max Havelaar in het boek en in de film een romantisch personage was. Zowel in het boek als in de film vind ik dat Max Havelaar een romantisch personage is. Hij heeft bepaalde idealistische ideeën als het vechten tegen de slavernij en uitbuiting van de inlanders. Voor veel mensen waren de dingen die in Nederlands-Indie gebeurden heel normaal, maar Max Havelaar keerde zich hier tegen en kwam in ‘opstand’. Dit moeite hebben met het milieu waar men in leefde, is een kenmerk van de Romantiek.

De derde vraag: Hoe wordt Droogstoppel volgens jou in de film gepresenteerd: aardiger of kwaadaardiger dan in het boek? In het boek wordt Droogstoppel afgeschilderd als een gierige man die tevens zichzelf erg goed vind en weinig vreugde in zijn leven kende. Aan het eind van het boek wordt hij dan ook uitgescholden door Max Havelaar als ‘ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij’ en dit is natuurlijk allerminst een compliment. Droogstoppel kwam dan ook een stuk aardiger over op mij in de film dan dat hij in het boek was.

Vraag 4 was als volgt geformuleerd: Vind je dat de verfilming een geëngageerde film is geworden en waarom?  Na de film gekeken te hebben, voelde ik me meer betrokken bij het maatschappelijk probleem dat in de film naar voren komt. Ik kon me beter inleven in het probleem, omdat het in de film erg sterk naar voren kwam.  Ik wist natuurlijk wel al hoe het er een klein beetje aan toe ging in Nederlands-Indie doordat ik er al verscheidene boeken over heb gelezen, maar na deze film/dit boek heb ik er een nog beter beeld van gekregen.

Maar is dan het boek beter of juist de film? In mijn opinie is de film een stuk beter, dit komt misschien ook doordat ik lezen niet een van de leukste dingen vind om mijn tijd te verdrijven, maar ook doordat het boek Max Havelaar in erg oudbakken Nederlands geschreven is. Daarnaast vind ik films kijken wel erg leuk om te doen en kan ik me dan ook beter inleven in de problemen die de hoofdpersonen ondergaan. 

Kjell-Erik Prins
Klas 5B