persoonlijke beoordeling.
Onderwerp:
Het onderwerp was een erg interessant onderwerp, het onderwerp was namelijk dementie en dit komt erg vaak voor. Omdat het zo vaak voor komt, is het een erg interessant onderwerp, waar je altijd wel wat meer over wil weten, bijvoorbeeld hoe een naast iemand die lijdt aan dementie denkt en zich voelt.
Mijn oma begint een beetje vergeetachtig te worden, ze weet nog alles van vroeger, maar ze vergeet soms dingen die nog maar twee weken ervoor zijn gebeurt. Eigenlijk komt dementie heel erg veel voor bij oudere mensen. In bijna elke familie is er wel iemand met dementie. Het is dus een enigszins herkenbaar onderwerp en dan wil je er altijd nog wel meer over weten.
Gebeurtenissen:
In dit boek staan de gedachten van de hoofdpersoon centraal, dit is ook wel logisch omdat het over dementie gaat en dementie is het steeds slechter worden van de herinneringen. Een voorbeeld hiervan is:’ Maarten is alleen thuis en nu denkt hij dat hij eindelijk aan het bureau van zijn vader mag tekenen, dat is enigszins best apart want zijn vader is allang dood. Maar nog gekker is dat hij denkt dat zijn vader misschien boos wordt als hij hem daar ziet zitten, dus hij moet het bureau wel netjes achterlaten.’
De afloop was erg matig. De dementie van de hoofdpersoon was dermate slecht dat hij geen gewone, grammaticaal correcte zinnen kon maken. Hierdoor werden het bijna niet te begrijpen zinnen en was het dus een erg apart einde. Dit was erg jammer en J. Bernlef had het beter anders kunnen doen, daardoor zou het boek nog veel mooier kunnen zijn.
Personen:
J. Bernlef heeft het op zo’n prachtige manier verteld dat je gewoon in het verhaal gezogen wordt. De hoofdpersonage maakt dingen mee die op het oog niet zo raar lijken, maar achteraf kom je erachter dat er iets ernstigs gebeurd is, een voorbeeld:’ Maarten ging wandelen met de hond. Hij gaat een cafĂ© binnen en als hij even later weer op weg is richting huis, komt zijn vriendin eraan met de vraag of hij niks vergeten is. Hij was dus de hond vergeten en die was al alleen naar huis gegaan.’
Ik heb hier boven al gezegd dat mijn oma een beetje vergeetachtig begint te worden. Er zijn ook heel erg veel mensen die last hebben van dementie. Ga naar een bejaardenhuis en driekwart van de mensen heeft dementie. Mij komen dus een aantal eigenschappen van de hoofdpersoon bekent voor. Ik zal hier een voorbeeld van geven: ‘Maarten denk op een dag dat hij een vergadering heeft van zijn werk, het IMCO, alleen is hij al 4 jaar met pensioen’. In mijn leefomgeving kwam ik laatst ook zoiets tegen. De opa van een vriend van mij wilde naar een winkel in Breda, maar hij kwam er later pas achter dat deze winkel al helemaal niet meer bestond.
Opbouw:
Het ik-perspectief is in dit verhaal het vertelperspectief. Het is erg goed gekozen. J. Bernlef had er ook voor kunnen kiezen om uit de ogen van Eva, de vrouw van Maarten, te kijken, maar hij heeft er voor gekozen om door de ogen van Maarten te kijken. Gelukkig heeft hij dit gedaan, want nu kan je je heel goed inleven in de hoofdpersoon en kom je ook iets meer te weten hoe iemand met dementie zich voelt.
In hersenschimmen is gebruik gemaakt van flashbacks. Dit is wel op zo’n goede manier gedaan dat het er niet moeilijker door wordt. Eigenlijk wordt het alleen maar duidelijker. Je gaat namelijk met Maarten mee terug in de tijd dat hij nog geen dementie had en zijn ouders nog leefden. Soms is Maarten dingen vergeten uit die flashbacks en wordt hij aangevuld door zijn vrouw Eva. Hierdoor worden sommige gebeurtenissen uit het boek duidelijker.
Taalgebruik:
De woordkeuze in dit verhaal is niet al te moeilijk. Hierdoor wordt het verhaal niet al te lastig om te begrijpen. Maar de zinsopbouw is soms heel erg lastig. Aan het einde van het boek is de dementie zo erg dat Maarten geen normale zinnen meer kan maken. Een voorbeeld: ‘weggelopen dus… hiervandaan en je tast je een weg tussen de dikke plooien van een achtergordijn… met het gelach van de zaal in je oren tast je… grijp je je vast in de plooien.’ Hierdoor wordt de tekst lastig en is het einde dan ook moeilijk te begrijpen.
In het verhaal worden de gebeurtenissen duidelijk uitgelegd. Er wordt ongeveer woord voor woord beschreven wat er gebeurd. Een voorbeeld: ‘Maarten is in de achterkamer en hij ziet zijn hond ineens buiten de deur staan, hij aarzelt geen moment en pakt een stoel uit de keuken. Met deze stoel slaat hij de ruit in de deur kapot, dit moest hij wel doen want Eva had de sleutel meegenomen en de hond zal anders sterven van de kou.’ Dit is een klein stukje samengevat, maar in het boek wordt heel duidelijk beschreven wat en hoe hij dingen doet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten